gesprokenBuren zijn geen vrienden

Politici hebben de mond vol over de participatiesamenleving waarin mensen naar elkaar omzien. Maar die samenleving komt er niet vanzelf. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Lof der oppervlakkigheid’ dat onderzoeker Femmianne Bredewold vrijdag 10 januari aan de UvA verdedigde.

U hebt de contacten tussen burgers zonder en met beperkingen onderzocht. Ze houden het liefst afstand van elkaar. Verbaast u dat?

Je leest voortdurend dat mensen met beperkingen mensen met “mogelijkheden” zijn. Maar een grote groep mensen met verstandelijke beperkingen mist sociale en emotionele vaardigheden die nodig zijn in het onderlinge verkeer. Ze snappen bepaalde regels niet en kunnen niet reflecteren op hun eigen gedrag, waardoor ze erg boos kunnen worden. Dat leidt dan weer tot irritatie bij de andere partij, die niet begrijpt waarom iemand stampvoetend voor z’n voordeur staat.’

Onbegrip kun je verhelpen met voorlichting, of niet?

 ‘Meer openheid over wie er naast je woont, zou heel wat conflicten voorkomen. Maar vanwege de privacywetgeving schijnt dat niet te mogen. Ik snap dat je je aan bepaalde regels moet houden, maar ik vind dat hulpverleners zich hier wel erg gemakkelijk achter verschuilen.’

Verlopen contacten tussen gewone mensen en mensen met een psychische aandoening gemakkelijker?

 ‘Daar spelen stigma’s en vooroordelen een rol, maar zie ik wel meer mogelijkheden. Ziektebeelden zoals borderline en autismespectrumstoornissen bemoeilijken het contact, maar het zijn vooral de hulpverleners die diep vastzitten in de psychiatrische wereld. Zij worstelen met de vormgeving van het buurtgerichte werken voor deze mensen, terwijl ze die omslag wel moeten maken.

Buren zijn geen vrienden en willen dat meestal ook niet worden, zegt u. Welke waarde hebben de oppervlakkige contacten die u bepleit?

 ‘Het praatje met de visboer of de hondeneigenaar – een licht contact, dat in tijd en ruimte beperkt is – geeft mensen het gevoel dat ze onderdeel uitmaken van hun buurt. Wat ook goed helpt, zijn een eetcafé of een klussenproject waar mensen met een beperking actief zijn. Daar krijgen ze waardering, en kunnen ze wat terug doen. Die wederkerigheid zet een opwaartse spiraal in werking.’

Intussen moeten zorgprofessionals meehelpen om onrealistische verwachtingen van politici waar te maken.

 ‘Ik hou m’n hart vast. Zorg- en welzijnsorganisaties moeten veel kritischer zijn op wat er staat te gebeuren en aan de bel trekken bij onrealistische verwachtingen. Als je zomaar steeds meer mensen die dat niet aankunnen in de samenleving plaatst, is de kans groot dat de problemen tussen mensen met en zonder beperkingen toenemen. Dan kunnen hulpverleners weinig meer doen dan brandjes blussen.’

‘Lof der Oppervlakkigheid. Contact tussen mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking en buurtbewoners’. Door Femmiannne Bredewold. Van Gennep, Amsterdam 2013, 224 pgs.

Dit interview verscheen in Zorg+Welzijn, januari 2014